Mark Kolthoff
Mark Kolthoff
zondag 1 februari t/m zondag 22 februari
Zijn hart ging uit naar de beeldende kunst, maar Mark Kolthoff (Amsterdam 1901 - Laren 1993)
volgde op dringend advies van zijn vader een handelsopleiding – daar kon je je brood ten minste mee verdienen. Rond 1920 maakte Kolthoff kennis met het werk van Leo Gestel, Otto van Rees en de Frans-Cubaanse schilder Raoul Martinez en hij besloot toch zijn hart te volgen; hij koos voor een carrière als kunstenaar.
En zo werd Kolthoff in 1924 leerling aan de Rijksacademie in Amsterdam. In 1929 rondde hij zijn
opleiding af, iets wat niet zonder slag of stoot ging. De docenten richtten zich op de toen geldende
monumentale schilderkunst en moesten niets hebben van avant-gardistische stijlen als het kubisme. Figuratieve kunst, dat was de norm.
Kolthoff had andere ideeën, was geïnteresseerd in het kubisme en in de kunst van De Stijl. Hij was al in 1926 naar Parijs afgereisd om Piet Mondriaan op te zoeken. Aanvankelijk enthousiast vond hij uiteindelijk diens werk toch te formeel en te steriel. De kennismaking echter met het Franse kubisme was een eyeopener voor Kolthoff, zeker tot 1945 bleef hij de werkelijkheid op kubistische wijze weergeven. In 1947 werd hij, samen met onder andere Anton Rooskens, Eugene Brands en Willy Boers, lid van Vrij Beelden - de groep die zich sterk maakte voor de abstracte en experimentele kunst in Nederland. Ze zetten zich af tegen de traditionele, figuratieve schilderkunst en stonden op voor de verschillende avant-gardistische stromingen, abstractie, expressionisme en experiment.
Direct na zijn academietijd kwam Kolthoff in 1929 via een vriend in contact met fotograaf en
documentairemaker Joris Ivens. Ivens vroeg hem zijn assistent te worden. Ook in de fotografie
toonde Kolthoff zijn kubistische inslag en zijn voorliefde voor het spel met lijnen en de grafische
werking van licht en schaduw.
Toen Joris Ivens in 1933 naar het buitenland vertrok, richtte Kolthoff zich weer meer op de
schilderkunst en raakten de film en fotografie op de achtergrond; zijn ambities lagen niet op het
gebied van deze disciplines. De samenwerking met Ivens had hem wel goed gedaan. Dankzij de
fotografie wist hij een aantal problemen, waar hij in het verleden in zijn schilderkunst tegen aan liep, op te lossen.
Naast beeldend kunstenaar werd Kolthoff op verzoek van Mart Stam in 1946 docent aan het Instituut voor Kunstnijverheidsonderwijs – nu de Rietveld academie – en bleef daar lesgeven tot aan zijn pensioen in 1967. Van 1947 tot 1974 maakte hij deel uit van de jury van de Koninklijke Subsidie (tegenwoordig Koninklijke Prijs voor de Vrije Schilderkunst), waarvan bijna 20 jaar als secretaris en 7 jaar als voorzitter.
Mark Kolthoff zocht bij voorkeur niet de publiciteit. Hij werkte in de schaduw van het avant-
gardisme, maar was daar zeker een voorvechter van. Er waren overzichtstentoonstellingen van zijn werk in 1986 (Amersfoort) en in 1991 (Laren). Zijn werk is opgenomen in museale, koninklijke en particuliere collecties.
