Vol

Paul Schwarte - oktober 31, 2014

twitterPopmuziek: kunt u het nog volgen? Ik niet. Een beetje. Genoeg, voor mezelf. Ken wel mensen die het kunnen. Of: het lijkt er op. Of: ze doen pogingen. Pogingen die er op lijken dat ze het allemaal volgen. Misschien lukt het daadwerkelijk. Of ze komen verdomd aardig in de buurt. Kunt u me volgen? Ik volg JanUitTilburg op Twitter. Die ziet #nattevinger rond de 500 bands in een jaar. Echt? Echt.

Nouveau Véloooohh

Paul Schwarte - september 24, 2014

De zomer is voorbij. We zeggen de weilanden, de marktpleinen en de festivals weer vaarwel. Dag concertzaal! Heyhoi knus podium. Wat fijn dat ik jullie weer zie. Ah, goed geluid, kom maar bij me binnen. Shine on, fijne lichtshow. Hallo koud betaalbaar biertje! Ik heb je gemist, laten we kussen. Yo, glanzende, welriekende pispot. Laat mij je lekker bekletteren.

Singusongwraaiter

Paul Schwarte - juli 18, 2014

Iemand nam een gitaar mee naar het schoolkamp van 1981. Per fiets van Raalte naar Arnhem. Het was iets met beroepskeuzes, maar verder zijn alle herinneringen verdwenen. Op twee na. Henk, die aan een postbode vroeg of dat geen hondenbaan is? “Je wordt immers vaak achterna gezeten door een hond.” En Jacco, die z’n gitaar had meegenomen. Dat was uniek. In de grijze massa van voetballers en handbalsters was er een kleurrijk plukje punks op het Florens Radewijns College dat rokend bij de ingang anders stond te wezen. Henk en Jacco stonden er ook. De laatste deed “Menten”, een hit van de Zwolse formatie The Vopos, zittend op een tafel, rammend op een gitaar, ergens in Arnhem. Het maakte indruk op iemand die net z’n eerste hapjes Joy Division en Talking Heads had binnengekregen.

Band zonder verhaal

Paul Schwarte - juli 7, 2014

Blank RealmIs toch raar gelopen met dat hele internet. Neem nou de muziek. Top-pop een muisklik ver weg! Iédereen kan álles ontdekken! Iedereen en alles beroemd! Aberdeen, Dunedin, Gasselterboerveenschemond: who cares! De wereld aan je voeten! Revolutie! Geluk!

Ik inventariseerde in 2012 een jaartje Vera en telde 81 Nederlandse bands in de Grote Zaal…

Een kwart van de programmering van nationale bodem in ‘the club for the international popunderground’? Je moet flink turven om tot 81 Nederlandse bands te komen die in de gehele jaren 90 hun busje op de stoep van de Oosterstraat parkeerden. Een paradoxale situatie mejonge.

Vroeger

Paul Schwarte - juni 27, 2014

vroeger

Met “vroeger” moet je oppassen tegenwoordig. Vroeger, toen ik zelf nog de jeugd van tegenwoordig was, hoorde ik graag over toen. Maar als je nu een fijne downer op een goed gesprek zoekt moet je als oudje gewoon beginnen met “Vroeger…”. Soms mag je je verhaal afmaken, maar een gefronste wenkbrauw bij de ontvanger is vaak genoeg om er toch maar snel een punt aan te draaien. Tussen de ouwe lul en het jong pikkie is er daarna even geen toekomst. Vroeger kwam dan de dominee langs.

Vroeger was “vroeger” minder taboe. Hoe is dat zo gekomen? Is het de obsessieve zoektocht van de mens van tegenwoordig naar ‘nieuw!’ en ‘nog nooit vertoond!’? De maalstroom van vooruitgang, economie, groei? Kijken we meer dan ooit liever in de toekomst dan achterom? En heeft dat te maken met hoop? Het verleden heeft er niet voor gezorgd dat we minder hoeven te buffelen voor ons geluk, dus laten we het dan verder ook niet meer over dat verleden hebben. Straks wordt alles beter…

Mooi onderwerp, het maakt de amateurfilosoof in me los. Twee dingen zijn helder: er wordt inderdaad een hoop gezeikt over dat vroeger alles beter was (puntje voor de jeugd), en uw scribent trekt zich daar verder allemaal geen moer van aan. Als hij het over vroeger wil hebben dan gaat hij het over vroeger hebben. Vroeger was veel beter. En veel niet.

Bij schrijven over pop ontkom je sowieso niet aan het verleden. Er is gewoon veel moois gemaakt in 90 jaar popmuziek. De basis van vele muzikale talen is in de vorige eeuw gelegd, er zijn wijze lessen te leren als het gaat om de biznizkant. Universele lessen, van alle tijden. De popindustrie heeft een vrij dramatisch verleden vol kapotgemaakte jonge muzikanten. Daar wijs ik graag met een beschermend vingertje op, want de popindustrie doet dat logischerwijs zelf niet.

Bands halen hun mosterd ook bij vroeger. Wellicht meer dan ooit. ‘Retromania’, zo wordt de hang naar het verleden genoemd. Gebrek aan originaliteit was ooit een doorstreepcriterium. Nu mag men jatten dat het een lieve lust is en wordt er nog om bewierookt ook. Authentiek! Goed! U mag best weten dat ik de wereld soms niet heel goed snap. Maar de vraag is veel meer:
Hoe passen The Monroes, een lokale band die zaterdagavond in De Spieghel staat, in dit hele verhaal? (groningen.uitloper.nu/muziek/the-monroes)

Ik moet aan vroeger denken als ik hun naam zie. Met dat ‘The’ er voor ook, zie je niet zoveel meer bij bands in de garagepunkrockende hoek. Ik moet aan vroeger denken als ik hun muziek hoor, met die invloeden uit 50′s r’n’b, 60′s beat en 70′s punk en powerpop. Gewoon drums, bas, gitaar en zang ook. Zie je niet zoveel meer op podia. Ik moet ook denken aan hoe de band zo’n 10 jaar geleden veelbelovend begon en op weg leek naar landelijke bekendheid. Maar ze staan nu -met alle respect- in De Spieghel. Ik wil naar aanleiding daarvan aan een verhaal beginnen over hoe het vroeger voor goede bands veel beter want makkelijker was om de zaak poploopbaantechnisch goed in de steigers te krijgen. Maar ik zie daar een gefronste wenkbrauw, dus ik draai er snel een punt aan.

Paul Schwarte

the Monroes in de Spieghel

the Monroes in de Spieghel

Cultuurhappen voor de gehele familie

Paul Schwarte - juni 16, 2014
Paul Schwarte

Paul Schwarte

Je kunt veel zeggen over dat voetbal, maar niet dat ik er niet af en toe een concertje voor laat schieten. De gedachten gaan naar de vorige eeuw, naar een band die door algehele obscuriteit in een leeg Vera dreigde te belanden. Wat jammer zou zijn, want het was van alle persoonlijke favorieten destijds een echte persoonlijke favoriet. Daarom lulde deze jongen als een bezeten popdominee z’n strot schor om zieltjes te winnen voor een formatie die de ietwat lullige naam The Supreme Dicks droeg. Welnu, er was uiteindelijk maar één superlul, en dat was deze jongen. Verlengingen bij een bloedstollende Europa Cup-finale, en hup, het kwaad geschiedde. Gemist, gezichtsverlies, gottegot, wat een loser.

Ook de komende weken zullen zich weer mensen afmelden. “Ik lag met Oranje-koorts op de bank…” Toch is voetbal niet de belangrijkste oorzaak van concertverzuim. Zeker niet in een tijd waarin een voetbalpotje gewoon in het digitale infuus zit dat we de Godganse dag met ons meedragen. (Welk een zegen, welk een geluk brengt ons die nieuwe technologie! Al moet je misschien videorecorders scherp hebben gezet om dat echt te beseffen…?) Nee, de grootste boosdoeners zitten naast je op de bank.

Kleine duiveltjes zijn het, die bloedeigen kindertjes. Ze vreten je banksaldo kaal, schreeuwen met die veel te luide stemmetjes van ze door je Arcade Fire-cd’s, en zorgen er voor dat je na twintig jaren vol bloed, zweet en tranen tien jaar slaap kunt gaan inhalen. Als het meezit. Maar ze zijn vooral dodelijk voor concertbezoek. Tuurlijk, met passen en meten hoeft de opvoedende medemens (deze jongen is logischerwijs vrij man) niet geheel rockloos door het leven te gaan. Maar het blijft kleien. Als junior ook nog eens van voetballen houdt heb je echt een probleem.

Welk een briljant idee hadden de mensen van Club Bavarois daarom! Organiseer een bonte zondagmiddag die precies vóór Studio Sport eindigt, en doe dat op 15 centimeter afstand (de breedte van een gipswandje in De Puddingfabriek zeg maar) van een goed geoutilleerde kindercrèche. Dan sta je bij de aftrap om drie uur al met 1-0 voor. Stop zo’n middag vervolgens vol met gratis 3.0 braincandy en fijne muziek en je kunt toeterend op weg naar je bord op schoot.

the Boogiechillers

the Boogiechillers

Eens per maand kunnen Groningse families ‘cultuurhappen bij Club Bavarois‘. Aanstaande zondag weer. Naast een pratende architect en een draaiende plaatjesoplegger gaan we een mooie band zien. Deze maand komt het fraaie debuut vol sexyswingende r’n’r van Boogie Chillers uit. Oudgedienden al haast, met een verleden in lokale grootheden als Green Hornet, Skelter en The Drugs. Terwijl pa en ma een dansje wagen kunnen de kinderen met hun kinderen spelen.

Seth Gaaikema zou zeggen dat die zondagmiddagen in De Puddingfabriek ook vrij gezellig zijn. Achter de tot in de puntjes doordachte opstelling van Club Bavarois moet in ieder geval een tactisch meesterbrein zitten. Iemand die alles weet van pop en voetbal. Iemand die de dilemma’s kent bij de verdeling der qualitytime terwijl twee kids aan twee benen hangen. Iemand die weet wat het is om heel lullig, kinderloos nog, een concert van The Supreme Dicks te missen vanwege een potje voetbal.

Paul Schwarte

Een Japanse band

Paul Schwarte - juni 4, 2014
Paul Schwarte
Paul Schwarte

Melt-Banana

In Nederland maakt 1 op de 35 mensen muziek. Dat zal in Japan niet heel anders zijn. Dus: 3 miljoen Japanners plukken aan snaren en drukken op knoppen. 300 duizend muzikanten in Tokio. Bruisend stadje. Het gerucht gaat dat elke plaat ooit er te koop is. 17 shops in Shinjuku, 1 van de 32 wijken. Muziek luisteren is muziek maken. De Japanse popgeschiedenis is rijk: meer bands dan rijstkorrels in alle pannen nasi die je ooit kunt leeglepelen. ‘Noem een Japanse band’, zou daarom een simpel vraagje bij een popquiz moeten zijn. Maar toch zie ik de gebroken hoofden in café Marleen voor me. Noem eens een Japanse band…?

Pittig, niet? Wie? Ah, natuurlijk, Yellow Magic Orchestra. Puntje. Good-old Ryuchi Sakamoto. Wie nog? Boredoms. Score. Sonic Youth-fan ook? Dacht ik. Next! Teengenerate, heel goed. Je kon er zo
1-2-3-4 niet opkomen? Had ik laatst met de Pet Shop Boys. Ouderdom. Of alcohol. Guitar Wolf ook bekend? Tuurluk. Nog meer? Merzbow! Heb je die 50x CD-box? Nee, beetje too much inderdaad, vond ik ook. Wie nog? Melt-Banana? Nou, is dat toevallig? Die wilde ik net voorstellen!

Gitarist Yasuko Onuki en zangeres Agata Ichirou zijn twee Tokionezen. In 1992 begon hun muzikale avontuur. 22 jaar later (donderdag 6 juni) staan ze in Vera. Daar zagen we al eerder dat de shows van Melt-Banana unieke trips zijn. Zowel je hoofd als je lichaam maken kronkels als 2 mensjes hun mix van metalpunk en elektronica in een sci-fi verpakking over en door je heen blazen. Razendsnel, maar met een verbazingwekkende controle. Energie gekoppeld aan perfectionisme en over-the-top gekkigheid.

Typische Japrock, zouden connaisseurs zeggen. Maar waarom is er zo weinig kennis van een fascinerende muziekscene? Welnu, je bereikt niet zomaar Groningse oren als je ver weg in Tokio zit. Reclame maken, optredens doen, interviews geven. Langzaam buzz creëren, of, met de juiste connecties, een snelle hype opzetten. Bij arme bands strandt het vaak al bij het eerste vliegticket dat gekocht moet worden. Undergroundbands hebben nooit poen…

Komt bij dat de noodzaak om Europa te veroveren voor de Japanse popindustrie minder aanwezig is. 13 miljoen inwoners in Tokio alleen al kunnen een goed belegde boterham opleveren. Dan ga je geen tijd en energie stoppen in het plakken van dure postzegels op noppenenveloppen voor Nederlandse popbobo’s en een stuk of wat nieuwe fans.

Afstand. Ook figuurlijk: andere wereld, andere cultuur, andere traditie, andere invloeden, andere taal. Een andere muzikale taal. Leer die eerst maar eens voor je ‘m verstaat. Ja, de wereld is veranderd. Japan is slechts een muisklik ver weg. Maar wat maakt dat je klikt? Hoe mensen keuzes maken is volgens mij niet wezenlijk veranderd. Als dat wel zo zou zijn dan waren de Japanse bands die de trip naar het verre noorden maken niet op de nagels van een vinger te tellen. Aan de muziek ligt het niet: al zou 99% rommel zijn dan blijft er nog altijd een best partijtje goede bands over.

Smaak wordt geografisch (mede-)bepaald, zou je kunnen stellen. Donderdag is afstand echter geen excuus. Anderhalve kilometer scheiden mij en Melt-Banana. Zullen we daar een popquizje doen? Noem 100 Engelse bands. Piece of cake, niet?

Paul Schwarte

Melt-Banana, do 6 juni in Vera: http://groningen.uitloper.nu/muziek/melt-banana 

Bijna-winnend pak

Paul Schwarte - mei 14, 2014

 


Jan Boelo
Paul Schwarte
Paul Schwarte

Wat weinigen weten is dat het Eurovisie Songfestival een Groningse bijna-winnaar opleverde: Jan Boelo, een 26-jarige Homo Sutura (‘de naaiende mens’) uit Winschoten.

Modeontwerper Boelo hees Waylon in het pak waarmee de glorieuze bijna-winst, die ons allemaal in ons kleine kikkerlandje zo goed deed en die ons via Twitter weer eens ouderwets samenbracht, werd binnengezongen.

“Een pak? So what?”, hoor ik u nu denken. “Het liedje won!” We wonnen niet. Bijna. “Integer! Authentiek! Echt!” Oeh, dat zijn hele grote woorden. “Kwaliteit wint altijd!” Zeg dat tegen een dooie Vincent van Gogh. “Heel fraai gezongen!” Sowieso. Maar onderschat het pak niet.

Onderschat ook de kuiltjes in de glunderende wangen van Ilse niet. En wat dat doet met al dan niet eenzame sms’ende mannen. Onderschat niet wat een zelfverzekerde vrouw met een gitaar doet met minder zelfverzekerde vrouwen. Onderschat Waylons reebruine ogen die het Oostblokmeisje aankeken en de mooie poster voor op je bureaublad niet. Onderschat de aantrekkelijke vrouw en de aantrekkelijke man niet, kijkend naar elkaar, bijna in elkaar. Het ontstaan van verbeelding, een verhaal in de hoofden van Noord-Polen, Zuid-Armeniërs, West-Belgen en Oost-Groningers. Onderschat niet de extra stemmen die dat allemaal oplevert.

Onderschat Het Beeld niet. Wel logisch hoor, als je van voor de videoclip bent. In 1743 maakte je je eigen beeld, je eigen verhaal bij een song. Je moest wel, want een ander deed dat niet voor je. Na MTV werd alles anders. Videomakers vullen nu als reclamemakers direct je hoofd. Zeg Beyoncé en je ziet benen. Sigúr Ros? IJsberg. U2? Vlag. Of jochie. Of zak chips. Vraag jonge generaties hoe de band klonk, en “het zag er niet uit” is een veelgehoord antwoord. We kijken muziek, en zo moeten we dus naar muziek kijken, beste 40-plussende commentator, columnist en/of songfestivalcomitélid. Als we het over pop en populair hebben durf ik te zeggen: eerst het plaatje, dan de plaat.

Team Eurovisie Songfestival Nederland heeft de kracht van het beeld dit jaar niet onderschat. Kosten noch moeite. Gelderlander Waylon maakte barre tochten naar de uiterste uithoek van Nederland om diverse JANBOELO’tjes te passen. Winschoten -what’s in a name?- is de perfecte plek om jezelf een kebojpak aan te laten meten. Onze langzaamzingende held laveerde zelfs op de kale Oost-Groningse vlakten in wit, grijs en rood, om uiteindelijk de bijna-winnende zwarte laarzen uit de klei te trekken, om op een stalen ros richting saloon De Hofnar te verdwijnen.

De keus voor country was omstreden. Maar vraag eens aan een zingende hoed als Garth Brooks hoe hij ooit wekenlang meer plaatjes verkocht dan Michael Jackson met ‘Thriller’? Zelf had ik mede daarom in maart al top-5 voorspeld. Alles klopte bijna helemaal. Hoe jammer dat de jurk van Ilse bij voorbaat op z’n hoogst bijna-winnend was. Ik voelde zelf in ieder geval nergens een prikkeling. Kan een puntje per land gescheeld hebben. Daarom geef ik de Amsterdamse ontwerper Claes Iversen de schuld van de bijna-winst. Wat weten Amsterdammers ook van country? “They don’t call it city, do they?” Zal ook Bennie Top, de Groningse drummer die met Ruth Jacott in 1993 bijna 5de werd in een anoniem bloesje, ongetwijfeld beamen.

Paul Schwarte

15 mei 2014

Paul Schwarte

Paul Schwarte - mei 6, 2014


In 1986 is het kromste stuk in de Geschiedenis der Groninger Popschrijverij geschreven. Het was het jaar waarin m’n eerste moeizaam bij elkaar geprakkiseerde en veulstelange verhaal in een Gronings periodiek verscheen.

Het was Joost, collega bij platenzaak Flat Record in de Bloemstraat, die me vroeg of ik z’n muziekrubriek in het Simplon Magazien wilde overnemen. Ik zei tot m’n eigen verbazing “ja”. Schrijverij? Zero ervaring, tenzij je een scriptie op een HAVO in Raalte en sinterklaasgedichten mag meerekenen. Ambities in de popjournalistiek? Geen. Een zelfbewuste jongen met een opinie? Neen. Simplon, lekker spannend! Beetje eng, toch wel. Maar… muziekliefhebber? Obsessief.

Bij “Flat” was een ontdekkingsreis in Muziekland begonnen. Urenlang spitten. Tasje mee naar huis, openingsnummers op een verzameltape, snelsnelsnel!, want voor openingstijd moest de handel weer in de bakken staan. Als een Sorbo-zeem zoog ik plaat na plaat na plaat op. Info zoeken, klanten vragen, de popgeschiedenis leren kennen (studie vertragen, banksaldo plunderen). Een onbekende popgeschiedenis: vrijwel alles bij Flat in de bak was obscuur, marginaal, underground. Een begraafplaats van kapotte popdromen en –carrières. Maar dat bleek geen moer te zeggen. Ik had menig eureka!-moment en deed vele ontdekkingen. Ontdekkingsreizigers willen die wereldkundig maken, in het Simplon Magazien mocht dat. Vond Joost.

Als Facebook had bestaan had ik ongetwijfeld zoveel stop-met-die-shit-shit via de comments over me heen gekregen dat ik waarschijnlijk de daad bij die raad had gevoegd. Maar toen had je alleen dronken barhangers die om half vier ’s nachts tegen je aan begonnen te mokken over “kutbands” en “kloteplaten”. Vandaar dat ik nu, bijna 30 jaar later, toch m’n eerste verhaal voor De UITloper tik. Een Gronings periodiek dat ik al die jaren in z’n langwerpige papieren vorm overal en nergens zag liggen. Meestal liet ik het ook liggen, want als het om ‘uitlopen’ ging was dat in 99% van de gevallen naar podia met eigen krantjes en agenda’s.

Ook allemaal verleden tijd. De UITloper staat nu digitaal rechthoekig op het bureau. Ik mag het vullen met concerttips. Voor m’n debuut hou ik het dicht bij huis. In Vera zag ik de meeste bands. Zaterdagavond 3 mei staat er weer eentje. In de kelder. Daar waar band en publiek gelijk zijn, waar de sfeer ontspannen is, waar bands weinig druk voelen, waar geen discobollen en roboscans hangen, waar het geluid van een opwindende r’-n-’r-band rechtstreeks je ballen kietelt. Daar houd ik van. En dus ben ik er als The Black Cult uut Grunnen z’n debuutsingle presenteert.

Er is best veel te vertellen nog. Waar deze jonge honden de mosterd vandaan halen bijvoorbeeld. Hoe ze op Tim Knols nieuwe label Tender Records kwamen. En of ze het in zich hebben om m’n buurtgenoten ‘traumahelikopter’ te volgen in een nationalewereldwijde zegetocht, op zoek naar een plek op de eeuwige elementaire rockvelden. Daar kan men lang over prakkiseren. Wellicht weet Joost het? Ik moet echter stoppen, anders wordt dit eerste stuk veulstelang.

Paul Schwarte

TIP: singlepresentatie van The Black Cult in Vera, op zaterdag 3 mei

6 mei 2014